Elk
team danst een eigen choreografie op zelfgekozen (en vaak zelf samengestelde)
muziek van zes minuten lang. Hiervan is viereneenhalve minuut gereserveerd voor
het daadwerkelijk door de jury beoordeelde wedstrijddeel en anderhalve minuut
voor een intro en afsluiting ("opmars" en "afmars" genaamd).
In deze opmars en afmars mag het team zich als het ware presenteren aan het
publiek en jury, dan wel publiek en jury bedanken voor de aandacht, maar deze
mag niet beoordeeld worden. Uiteraard speelt het wel voor een belangrijk deel
mee in de indruk die de jury van een team krijgt. In de opmars en afmars zijn
extra showfiguren toegestaan (zoals lifts) die in het wedstrijddeel niet mogen.
In de choreografie moet elke dans van de discipline minstens één maal voorkomen. Dat wil zeggen dat een standaard formatieteam dus minstens één engelse wals, tango, weense wals, slow foxtrot en quickstep in haar choreografie moet hebben, en elk latin formatieteam minstens één chacha, samba, rumba, paso doble en jive. De overgangen tussen de dansen moeten soepeltjes verlopen. Men mag niet ophouden met dansen, rustig voorbereidingen treffen voor de volgende dans en dan pas verder gaan, maar alles moet één geheel vormen.
In tegenstelling tot bij "normale" danswedstrijden, staat de jury bij formatiedansen niet langs de vloer maar aan de voorkant, indien mogelijk hoger dan vloerniveau, om de figuren beter te kunnen beoordelen. De jury beoordeelt een team op onder meer
Niet beoordeeld mogen worden de kleding en de muziek, maar uiteraard speelt dit wel mee in het totale plaatje van een team.
Een formatieteam draagt dezelfde kleding als een danspaar in dezelfde discipline, maar dan wel alle acht paren dezelfde. Dus in een standaardteam dragen de heren een klassiek rokkostuum en de dames een mooie ballroomjurk, in een latin team is het allemaal wat strakker en sexier.
Veel
trainen …Het nauwkeurig positioneren van de teamleden in figuren en het exact gelijk dansen vergt nog meer dan bij individueel wedstrijddansen een behoorlijke inspanning en zeer veel training. Daarnaast doen de meeste formatiedansers om hun danskwaliteiten te verbeteren ook mee aan individuele (paren) danswedstrijden, wat uiteraard voor nog meer trainingsarbeid zorgt. Omdat formatiedansen een amateursport is, doen alle formatiedansers dit nog naast hun werk of studie. Maar dit heeft de doorsnee formatiedanser (m/v) graag over voor zijn / haar sport, want gepassioneerde dansliefhebbers zijn het stuk voor stuk.
Voor een perfecte show moet je zes minuten choreografie tot in de details beheersen (letterlijk: tot de stand van je vingertoppen toe!), goed kijken en anticiperen en snel reageren om eventuele foutjes van jezelf of je teamleden te camoufleren. Je moet elkaar blindelings aanvoelen: de jury mag in feite geen acht paren zien, maar één team. En tijdens dat alles: wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen!
In Nederland is formatiedansen een relatief onbekende sport. Onterecht, want onder meer door de showelementen is formatiedansen ook voor niet-danskenners een spectaculaire sport om naar te kijken, die zeker niet onderdoet voor andere jurysporten als (om maar eens enigszins verwante disciplines te noemen) kunstschaatsen of kunstzwemmen. In Duitsland bijvoorbeeld, is formatiedansen ontzettend populair: er zijn zoveel teams dat er meerdere nationale èn meerdere regionalliga’s zijn om alle teams kansen te bieden. Topteams worden voor veel geld gesponsord door bijvoorbeeld Mercedes of de Deutsche Bank, iets waar de Nederlandse tegenhangers nog slechts van kunnen dromen. Om dat doel te bereiken kunnen zij slechts nog meer inzet tonen, om te kunnen concurreren met kwaliteit van de Duitse teams en om ook het Nederlandse publiek warm te krijgen voor formatiedansen.